ECLI:NL:RBAMS:2025:2156
Rechtbank Amsterdam · 31-03-2025 · zaaknummer 23/6371, 24/5805, 24/5806 en 24/5807
Inhoudsindicatie
WOZ. Ongegrond. De heffingsambtenaar moet bij het waarderen rekening houden met twee zogeheten ficties: de overdrachts- en verkrijgingsfictie. Dit houdt in de praktijk in dat hij ervan uit moet gaan dat het pand, een geplist pand zonder huurders betreft. Elk object in dit pand krijgt hierdoor dus een eigen WOZ-waarde. Er mag voor de bepaling van de WOZ-waarde niet worden aangesloten bij de verkoopprijzen van transacties waarbij de prijsvorming is beïnvloed door bestaande huurcontracten. Nu dit ertoe zou kunnen leiden dat de WOZ-waarden van identieke beleggingspnaden van elkaar verschillen enkel omdat de inhoud van de (lopende) huurcontracten onderling verschillen. De wetgever heeft met de Wet WOZ een heel bewuste keuze gemaakt om een systeem te creëren waarin de WOZ-waarde zo objectief mogelijk wordt beoordeeld. Dit is ook gelet op het doel van de WOZ, namelijk het creeren van een uniforme heffingsgrondslag voor het Rijk, de gemeenten en het waterschap, verklaarbaar.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiseres]
eiseres · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
