ECLI:NL:RBAMS:2025:1590
Rechtbank Amsterdam · 12-03-2025 · zaaknummer C/13/754853/NC ZA 24/4
Inhoudsindicatie
Dispute pursuant to an agreement concerning the construction of a passenger cruise vessel. The agreement stipulates that the minimum draft of the vessel should be 1.45 metres. After the delivery of the vessel by defendant (a Dutch shipyard) to claimant (an Austrian company), claimant found out that the minimum draft of the vessel exceeds 1.45 metres. According to claimant, defendant is liable for this defect. In this regard, claimant claims compensation for the losses it has suffered and will suffer as a result of defendant’s attributable failure to fulfil its contractual obligations over the lifespan of the vessel. Defendant disputes that it is liable for the excessive draft of the vessel and invokes Article 7:758(3) of the DCC. In addition, defendant invokes a contractual exoneration clause. The Court finds that defendant is not discharged from liability on the basis of Article 7:758(3) of the DCC. However, in the given circumstances, the Court finds that defendant can successfully rely on the contractual exoneration clause, which leads to the conclusion that defendant cannot be held liable for the excessive draft and the losses as a consequence thereof. Geschil voortvloeiend uit een overeenkomst voor de bouw van een cruiseschip. In de overeenkomst staat vermeld dat de minimale diepgang van het schip 1,45 meter moet zijn. Nadat gedaagde (een Nederlandse scheepswerf) het schip aan eiser heeft geleverd (een Oostenrijks bedrijf), is eiser gebleken dat de overeengekomen minimale diepgang van het schip van 1,45 meter wordt overschreden. Volgens eiser is gedaagde aansprakelijk voor dit gebrek en de financiële gevolgen daarvan. Volgens eiser is gedaagde tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de overeenkomst en daarom vordert eiser schadevergoeding van gedaagde voor geleden en nog te lijden schade. Gedaagde betwist dat zij aansprakelijk is voor het gebrek en beroept zich op décharge van de aannemer op grond van artikel 7:758 lid 3 BW. Daarnaast beroept gedaagde zich op een exoneratieclausule. De rechtbank is van oordeel dat het beroep van gedaagde op artikel 7:758 lid 3 BW niet slaagt. Niettemin is de rechtbank in de gegeven omstandigheden van oordeel dat het beroep van gedaagde op de exoneratieclausule wel slaagt, zodat gedaagde niet aansprakelijk kan worden gehouden voor de overschrijding van de overeengekomen diepgang en de financiële gevolgen daarvan.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
