ECLI:NL:RBAMS:2024:8578
Rechtbank Amsterdam · 18-12-2024 · zaaknummer AMS 23/4616
Inhoudsindicatie
Niet in geschil is dat de zorgverlener van eiser meer dan 40 uur per week voor eiser werkzaamheden heeft verricht. Op basis van deze feiten en omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat (de wettelijk vertegenwoordiger van) eiser zich destijds, bij de verstrekking van het persoonsgebonden budget (pgb), niet heeft gehouden aan de opgelegde verplichting op grond van artikel 5.18, aanhef en onder d, van de Regeling langdurige zorg (Rlz). De rechtbank oordeelt dat verweerder het pgb terecht heeft geweigerd op grond van de dwingendrechtelijke bepaling van artikel 3.3.3, vijfde lid, onder a, van de Wet langdurige zorg (Wlz). Of voornoemde schending ook had moeten leiden tot een beëindiging van het pgb ligt voor in de hoger beroepsprocedure tegen de beëindigingsbeschikking bij de Centrale Raad van Beroep. Evenredigheidsbeginsel is niet geschonden. Beroep ongegrond.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
