ECLI:NL:RBAMS:2024:7297
Rechtbank Amsterdam · 04-12-2024 · zaaknummer C/13/747437
Inhoudsindicatie
Borgtocht; lengte verjaringstermijn. Eiser vordert van gedaagde betaling op basis van de borgtocht. Volgens gedaagde is die vordering verjaard omdat de verjaringstermijn van art. 3:307 BW is verlopen nadat de vordering opeisbaar is geworden. Volgens bank is verjaringstermijn van art. 3:323 lid 3 BW van toepassing omdat de vordering op basis van de borgtocht is verzekerd met een recht van hypotheek. Uitleg van de hypotheekakte op basis van de Haviltex-maatstaf leidt tot de conclusie dat de vordering niet is verzekerd met een recht van hypotheek. Toepasselijke verjaringstermijn is 5 jaar. Eiser heeft onvoldoende gemotiveerd betwist wanneer de vordering opeisbaar is geworden. Uiteindelijke conclusie is dat de vordering is verjaard.
Rechters
Advocaten
Partijen
[gedaagde]
gedaagde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
