ECLI:NL:RBAMS:2024:7152
Rechtbank Amsterdam · 22-11-2024 · zaaknummer 13-220653023; 13-160848-24; 13-183367-24
Inhoudsindicatie
Een 31-jarige man wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van negen maanden, waarvan zes voorwaardelijk, voor een poging tot zware mishandeling van zijn vriendin (zaak A) en het medeplegen van mishandeling van een man (zaak B) door met een telefoon op zijn hoofd te slaan. Verdachte wordt in zaak C vrijgesproken van de bedreiging van zijn vriendin, nu op grond van het dossier niet kan worden vastgesteld dat de bedreigende berichten door hem zijn gestuurd. De rechtbank is in zaak A van oordeel dat het met kracht met de vuist op het oog slaan een aanmerkelijke kans op zwaar lichamelijk letsel oplevert. Verdachte wordt in zaak B vrijgesproken van de poging tot doodslag en zware mishandeling. Hoewel er sprake is van zwaar lichamelijk letsel aan het gezicht van de man, kan niet worden vastgesteld dat de geweldshandelingen die bewezen kunnen worden dat aangezichtsletsel hebben veroorzaakt. De vordering van de benadeelde partij wordt daarom gematigd tot een bedrag van € 400,-. De telefoon waarmee verdachte heeft geslagen wordt verbeurd verklaard. Aan verdachte worden geen bijzondere voorwaarden opgelegd, omdat geen meerwaarde ziet in een toezicht en een gebrek aan probleembesef lijkt te hebben.
Advocaten
Officier van justitie
- V.C. Padberg
officier van justitie
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
