ECLI:NL:RBAMS:2024:6876
Rechtbank Amsterdam · 06-11-2024 · zaaknummer 13.079.655-24
Inhoudsindicatie
Poolse vervolgings-EAB; detentieomstandigheden preventief gehechten; tussenuitspraak. Het vastgestelde algemene gevaar van onmenselijke of vernederende detentieomstandigheden voor personen die zich in Polen in voorlopige hechtenis bevinden, is ten aanzien van de opgeëiste persoon niet weggenomen. De rechtbank gaat er daarom van uit dat er voor de opgeëiste persoon een individueel gevaar van schending van zijn grondrechten bestaat als de overlevering zou worden toegestaan. Dit betekent dat de rechtbank, conform het geschetste kader in het arrest Aranyosi en Căldăraru, de tenuitvoerlegging van het overleveringsverzoek moet uitstellen (ECLI:EU:C:2016:198, punt 98). Daarom houdt de rechtbank de beslissing op grond van artikel 11, tweede lid, OLW aan en stelt daarbij, ingevolge artikel 11, vierde lid, OLW, een redelijke termijn vast van 30 dagen. Op basis van artikel 22, vierde lid, sub c, OLW, verlengt de rechtbank de termijn waarbinnen zij uitspraak moet doen met 60 dagen.
Advocaten
Officier van justitie
- A.L. Wagenaar
officier van justitie
- G.M. Kolman
officier van justitie
- K. van der Schaft
officier van justitie
- W.H.R. Hogenwind
officier van justitie
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
