ECLI:NL:RBAMS:2024:6707
Rechtbank Amsterdam · 05-11-2024 · zaaknummer 81.254363.21
Inhoudsindicatie
Aan verdachte is ten laste gelegd dat zij zich heeft schuldig gemaakt aan het samen met een ander witwassen van € 60.000,-, € 118.000,- en € 90.000,- door deze bedragen respectievelijk contant te storten op de bankrekening van medeverdachte 1, contant te storten op haar bankrekening en over te maken naar de bankrekening van medeverdachte 1 en giraal te ontvangen van eenmanszaak 1/medeverdachte 2 en door vervolgens met deze gelden een woning te kopen, terwijl zij en de medeverdachte wisten of moesten vermoeden dat de gelden afkomstig waren uit enig misdrijf. Ten aanzien van deze bedragen geldt er een witwasvermoeden. Het door het Openbaar Ministerie verrichte nader onderzoek sluit een legale herkomst van de € 60.000,- en € 118.000,- niet uit. Daarnaast vindt rechtbank niet bewezen dat verdachte en/of zijn echtgenote wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat het geldbedrag € 90.000,- van misdrijf afkomstig was. Uit het dossier blijkt niet op basis waarvan zij dit zouden hebben moeten weten of vermoeden. Verdachte wordt van de tenlastelegging vrijgesproken.
Advocaten
Officier van justitie
- J.J.J. Schutte
officier van justitie
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
