ECLI:NL:RBAMS:2024:6699
Rechtbank Amsterdam · 31-10-2024 · zaaknummer 13-254754-22
Inhoudsindicatie
Op basis van het dossier kunnen de positie van het slachtoffer (fietser) en het zicht ter plaatse ten tijde van de aanrijding, en welke invloed de opkomende zon daarop had, niet met zekerheid worden vastgesteld. Er kan onvoldoende worden uitgesloten dat het slachtoffer zich ten tijde van de aanrijding bevond op een plek waar hij niet of slechts zeer slecht waarneembaar was voor verdachte. Dit betekent dat niet kan worden bewezen dat verdachte zijn aandacht niet bij voortduring op het voor hem liggende wegdeel dan wel op overige verkeersgebruikers heeft gehouden dan wel onvoldoende afstand van de fietser heeft gehouden. Verdachte wordt daarom vrijgesproken van 6 WVW. De rechtbank spreekt hem ook vrij van artikel 5 WVW, omdat niet kan worden vastgesteld dat verdachte gevaarzettend heeft gehandeld. Veroordeling voor doorrijden na aanrijding. Overschrijding redelijke termijn. Voorwaardelijke geldboete
Advocaten
Officier van justitie
- H. Hoekstra
officier van justitie
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
