ECLI:NL:RBAMS:2024:5747
Rechtbank Amsterdam · 04-03-2024 · zaaknummer C/13/727522 / FA RK 22-8293
Inhoudsindicatie
Boek 1. Vervangende toestemming erkenning. Gezamenlijk gezag. De man heeft een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 33 van de Vreemdelingenwet. Of erkenning door de man familierechtelijke betrekkingen doet ontstaan tussen hem en een kind wordt, wat betreft de bevoegdheid van de man en de voorwaarden voor de erkenning, bepaald door het Nederlandse recht. Het is onduidelijk welke nationaliteit de vrouw bezit. Artikel 10:95 lid 3 BW bepaalt dat het recht van toepassing is van de staat waarvan de moeder de nationaliteit bezit. Ingevolge artikel 10:95, vierde lid, BW is bepalend het tijdstip van de toestemming. Nu de vrouw haar gewone verblijfplaats in Nederland heeft, is Nederlands recht van toepasiing op de (vervaning van de) toestemming van de vrouw voor de erkenning.
Rechters
Advocaten
- A.J. van Ommeren
- C.J. Gebuijs
- Mr. R.T.P.H. Jacobs
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
