ECLI:NL:RBAMS:2024:4347
Rechtbank Amsterdam · 17-07-2024 · zaaknummer C/13/736375 / HA ZA 23-635
Inhoudsindicatie
Partijen waren betrokken bij de bouw van de A-pier op Schiphol. Zij hebben daartoe met elkaar een onder-onderaannemingsovereenkomst gesloten. Nadat de hoofdaannemingsovereenkomst voortijdig is beëindigd is ook de onder-onderaannemingsovereenkomst voortijdig beëindigd. In geschil was welke contractuele beëindigingsgrond aan die laatste beëindiging ten grondslag lag. De rechtbank oordeelt dat de contractuele “for convenience” grond in dit geval geldt. Waarop de onder-onderaannemer in zón geval recht heeft, is geregeld in artikel 22.8. De rechtbank is van oordeel dat artikel 22.8 zo moet worden uitgelegd dat na een tussentijdse beëindiging “for convenience” de onder-onderaannemer in beginsel onmiddellijk aanspraak kan maken op de in artikel 22.8 genoemde vergoedingen. Alleen het meerwerk vormt hierop een uitzondering. Een inhoudelijke beoordeling van de vorderingen leidt ertoe dat een aantal bedragen worden toegewezen, onder andere voor verrichte werkzaamheden en geleverde materialen, vertragingskosten, beëindigingskosten en ingehouden retentiegeld.
Advocaten
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
