ECLI:NL:RBAMS:2024:4345
Rechtbank Amsterdam · 17-07-2024 · zaaknummer C/13/732875 / HA ZA 23-407
Inhoudsindicatie
Partijen waren betrokken bij de bouw van de A-pier op Schiphol. Zij hebben daartoe met elkaar een onder-onder-onderaannemingsovereenkomst gesloten. Nadat de hoofdaannemingsovereenkomst voortijdig is beëindigd is ook de onder-onder-onderaannemingsovereenkomst voortijdig beëindigd. In geschil was welke contractuele beëindigingsgrond aan die laatste beëindiging ten grondslag lag. De rechtbank oordeelt dat de contractuele “for convenience” grond in dit geval geldt. Waarop de onder-onder-onderaannemer in zo’n geval recht heeft, is geregeld in artikel 22.8. Wanneer de onder-onder-onderaannemer daarop recht heeft, is geregeld in artikel 5.3. De rechtbank is van oordeel dat artikel 5.3 zo moet worden uitgelegd dat de onder-onder-onderaannemer na een tussentijdse beëindiging “for convenience” onmiddellijk aanspraak kan maken op de in artikel 22.8 genoemde vergoedingen. Een inhoudelijke beoordeling van de vordering leidt ertoe dat een aantal bedragen worden toegewezen, te weten voor verrichte werkzaamheden, geleverde materialen, meerwerk, retentiebedragen, vertragingskosten en verstoringskosten.
Rechters
Advocaten
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
