ECLI:NL:RBAMS:2024:3912
Rechtbank Amsterdam · 12-04-2024 · zaaknummer C/13/748615 / KG ZA 24-258
Inhoudsindicatie
Kort geding. Op grond van artikel 827 lid 1 sub e Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) juncto artikel 7:266 lid 5 Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechter in geval van echtscheiding op verzoek van een echtgenoot bepalen wie van de echtgenoten huurder van de woning zal zijn. Wat betreft dit huurrecht geldt niet de algemene regel dat de voorlopige voorziening zijn kracht verliest, zodra de echtscheiding is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. Op grond van artikel 826 lid 1 onder a Rv loopt een voorlopige voorziening die ziet op het gebruik van de woning door totdat de beslissing op een verzoek als bedoeld in artikel 7:266 lid 5 BW (over het huurrecht) in kracht van gewijsde is gegaan.
Rechters
Advocaten
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
[gedaagde]
gedaagde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
