ECLI:NL:RBAMS:2024:3626
Rechtbank Amsterdam · 18-06-2024 · zaaknummer 13-329781-23
Inhoudsindicatie
Een 26-jarige man wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijftien maanden, waarvan vijf maanden voorwaardelijk voor een poging tot doodslag door het tweemaal steken van het slachtoffer met een mes. Beroep op noodweer wordt verworpen: weliswaar sprake van een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding (noodweersituatie), maar geen sprake van noodzakelijke verdediging. Verdachte beschikte over twee steekwapens terwijl het slachtoffers alleen pepperspray had. Verdachte had met de steekwapens kunnen dreigen of had minder geweld kunnen gebruiken. Beroep op noodweerexces wordt ook verworpen: van een hevige gemoedstoestand is niet gebleken. Geen bijzondere voorwaarden omdat de reclassering toezicht niet mogelijk acht gelet op de tijdelijke verblijfsvergunning van verdachte en de taalbarrière. De benadeelde partij wordt niet-ontvankelijk verklaard in het materiële deel van de vordering: de vordering ziet op toekomstige kosten, maar uit de onderbouwing (een algemene prijsopgave van de website) blijkt onvoldoende dat de schade in de toekomst ook daadwerkelijk zal worden geleden. De rechtbank begroot de immateriële schadevergoeding op € 5.000,-.
Officier van justitie
- E.H. de Bruijn
officier van justitie
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
