ECLI:NL:RBAMS:2024:2915
Rechtbank Amsterdam · 23-05-2024 · zaaknummer 24/2246
Inhoudsindicatie
In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekster tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een exploitatievergunning voor aangewezen bedrijfsmatige activiteiten ten behoeve van een hotel. Volgens verweerder is niet aannemelijk dat de feitelijke exploitatie van het hotel in overeenstemming zal zijn met hetgeen in de aanvraag van verzoekster is vermeld. Daarnaast heeft verweerder het vermoeden dat er ernstig gevaar bestaat dat de vergunning mede gebruikt zal worden strafbare feiten te plegen. Het primaire besluit zal naar verwachting in bezwaar standhouden. De voorzieningenrechter ziet voorts in de bezwaargronden, onder de gegeven omstandigheden, geen aanleiding om verzoekster hangende de bezwaarprocedure toe te staan om de exploitatie van haar hotel zonder vergunning voort te zetten. Daarom bestaat geen aanleiding tot het treffen van de gevraagde voorziening en wijst de voorzieningenrechter het verzoek af.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verzoekster]
verzoekster · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
