ECLI:NL:RBAMS:2023:7593
Rechtbank Amsterdam · 27-11-2023 · zaaknummer C/13/730389
Inhoudsindicatie
This judgment concerns a motion raised by DiaMedica seeking permission from the Court to initiate indemnity proceedings against the bailiff in charge of the enforcement of an earlier judgment (pursuant to Article 210 Dutch Code of Civil Procedure, DCCP). DiaMedica objected to the short timetable (one week until the hearing on the motion) set by the Court to deal with this motion. The Court denies the objection. The wishes of the parties were to adhere to the timetable agreed upon from the outset, which included a hearing on the merits on 7 December 2023. Scheduling a hearing on the motion several weeks later would render the discussion on the consequences of the motion for the hearing on the merits moot. The timetable set in these proceedings on the motion was therefore not contrary to the principles of fair trial. The Court denies the motion. The requirements of due process outweigh the interest to initiate indemnity proceedings. By raising the motion this late in the proceedings DiaMedica violated its duty to prevent any unreasonable delay (Article 20 (2) DCCP). Futhermore, allowing the motion would result in the main proceedings on the counterclaim to be held concurrently with the indemnity proceedings (Article 215 DCCP), but before different chambers of the Amsterdam District Court and in different languages. The counterclaim proceedings would be in English, as agreed expressly by the parties, but the indemnity proceedings would be in Dutch, as there is no evidence that the bailiff agreed or will agree to proceedings in English. ----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Dit vonnis ziet op een - door DiaMedica opgeworpen - incident tot oproeping in vrijwaring van de deurwaarder die belast was met de tenuitvoerlegging van een tussenvonnis van de NCC (art. 210 Rv). De rechtbank wijst het bezwaar tegen de korte termijnen voor de behandeling van dit incident (een week tot de mondelinge behandeling van het incident) af. Partijen wilden dat de tijdlijn die was afgesproken vanaf het begin, zou worden nageleefd, inclusief het houden van de inhoudelijke zitting op 7 december 2023. Als de mondelinge behandeling van het incident later zou plaatsvinden, zou dit de discussie tussen partijen over de gevolgen van het incident voor de zitting van 7 december overbodig maken. De termijnen in deze incidentele procedure waren daarom niet in strijd met het beginsel van een eerlijk proces. De rechtbank wijst de incidentele vordering af. De beginselen van een goede procesorde wegen zwaarder dan het belang bij het starten van een vrijwaringsprocedure. Door zo laat een incident op te werpen heeft DiaMedica in strijd gehandeld met haar plicht om onredelijke vertraging te voorkomen (art. 20 lid 2 Rv). Bovendien zou het toewijzen van de incidentele vordering ertoe leiden dat de hoofdzaak in vrijwaring gelijk op zou moeten lopen met de vrijwaringsprocedure (art. 115 Rv), maar behandeld zouden moeten worden door verschillende kamers van de rechtbank en in andere talen. De hoofdzaak in reconventie zou in het Engels zijn, zoals overeengekomen tussen partijen, en de vrijwaringprocedure in het Nederlands. Er is namelijk geen bewijs dat de deurwaarder heeft ingestemd of zal instemmen met het houden van de vrijwaringsprocedure in het Engels.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
