ECLI:NL:RBAMS:2023:7511
Rechtbank Amsterdam · 22-11-2023 · zaaknummer 13/091639-22
Inhoudsindicatie
Duits overleveringsverzoek t.b.v. vervolging in Duitsland voor een feit dat daar in 1983 is gepleegd en waarvoor de opgeëiste persoon (na overdracht van de vervolging) in Turkije is vrijgesproken in 1986. Ne bis in idem. Weigering van de overlevering. De rechtbank kent in het kader van de belangenafweging in deze concrete zaak veel gewicht toe aan het rechtszekerheidsbeginsel. Naar het oordeel van de rechtbank mocht de opgeëiste persoon er na het verstrijken van een periode van 37 jaar na zijn vrijspraak op vertrouwen dat de strafzaak definitief was beëindigd. Alle relevante omstandigheden afwegend in relatie tot het gewicht dat de rechtbank in de onderhavige zaak toekent aan het rechtszekerheidsbeginsel, ziet de rechtbank geen aanleiding om af te zien van haar bevoegdheid om de overlevering van de opgeëiste persoon te weigeren op grond van artikel 9, eerste lid, aanhef en onder d, OLW.
Advocaten
Officier van justitie
- G.M. Kolman
officier van justitie
- K. van der Schaft
officier van justitie
- S.J. Wirken
officier van justitie
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
