ECLI:NL:RBAMS:2023:6464
Rechtbank Amsterdam · 28-09-2023 · zaaknummer 13/299510-21 (ontneming)
Inhoudsindicatie
Ontnemingsvordering. De rechtbank stelt het wederrechtelijk verkregen voordeel, overeenkomstig de vordering van de officier van justitie, vast op €15.806,-. De rechtbank volgt de raadsvrouw niet in haar standpunt dat de vakantiedagen van veroordeelde van de gehanteerde pleegperiode afgetrokken moeten worden. Dit zou oneigenlijk zijn, gelet op het feit dat er gewerkt wordt met een gemiddelde dagomzet. Het werken met een gemiddelde dagomzet impliceert al dat er rekening mee is gehouden dat veroordeelde niet op elke dag in de bewezenverklaarde periode wederrechtelijk voordeel heeft genoten. Ook het standpunt van de raadsvrouw dat is uitgegaan van een te hoog daggemiddelde volgt de rechtbank niet. De rechtbank kan zich een toename van de verkoop van drugs enkel voorstellen in de dagen voorafgaand aan en tijdens een evenement als het Amsterdam Dance Event. Dat de dagomzet in de dagen ná een dergelijk evenement hoger zou zijn, waardoor van een te hoog gemiddelde dagomzet zou zijn uitgegaan, is door de raadsvrouw geenszins aannemelijk gemaakt – des te meer omdat de door haar genoemde onderbouwing enkel ziet op een toename van drugsgebruik tijdens het evenement.
Rechters
Advocaten
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
