ECLI:NL:RBAMS:2023:6070
Rechtbank Amsterdam · 28-09-2023 · zaaknummer 81-342854-21
Inhoudsindicatie
Vrijspraak. Hoewel uit de feiten en omstandigheden kan worden afgeleid dat verdachte een substantiële bijdrage heeft geleverd aan de bedrieglijke bankbreuk inzake een B.V., blijkt uit het dossier onvoldoende dat sprake was van een bewuste en nauwe samenwerking tussen verdachte enerzijds en de bestuurder van de B.V. anderzijds. Verdachte wordt vrijgesproken van het primair ten laste gelegde. De feiten en omstandigheden wijzen er wel op dat verdachte medeplichtig is geweest aan de bedrieglijke bankbreuk. Toch zal de rechtbank verdachte ook vrijspreken van de subsidiair tenlastegelegde medeplichtigheid, vanwege de formulering van de tenlastelegging. De tenlastelegging is zo verwoord dat de medeverdachte de bedrieglijke bankbreuk, al dan niet tezamen en in vereniging met (de bestuurder(s) van)de B.V. en/of andere (rechts)personen, heeft gepleegd. De medeverdachte is echter niet als (mede)pleger veroordeeld. Gelet hierop kan dus niet worden bewezen dat verdachte de medeverdachte als (mede)pleger van bedrieglijke bankbreuk opzettelijk behulpzaam is geweest.
Advocaten
- J.M. Veldman
Officier van justitie
- M.I.M. Geertsema
officier van justitie
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
