ECLI:NL:RBAMS:2023:4524
Rechtbank Amsterdam · 14-07-2023 · zaaknummer C/13/735883
Inhoudsindicatie
Claimants and defendant are shareholders of a bank. A shareholder deal is necessary on certain issues. Claimants insist a binding, enforceable agreement was reached in an email dated 18 June 2023. By contrast, defendant says the email was just a staging post by a negotiating team as the foundation to move to the "lawyer drafting phase", after which the principals would say "yes" or "no". For two reasons, at this early stage, the Court agrees with defendant that there is no deal. The first reason is that defendant’s negotiator in the talks was not authorised to do the deal and claimants were not induced reasonably and in good faith to believe that authority had been granted. The second reason is that the 18 June email was, as defendant insisted, nothing more than a staging post in the negotiations. In the Court’s opinion at this early stage, based on the information in the record, that is what reasonable persons in the same circumstances as the parties would have understood the language in the email to mean. Defendant is likely to be successful on these issues in litigation on the merits. Therefore, the claims are denied, including the claim for an order to continue the talks, since the Court’s intervention is not needed at this stage. Eisers en gedaagde zijn aandeelhouders van een bank. Een overeenkomst tussen de aandeelhouders is nodig over enkele punten. Volgens eisers hebben partijen een juridisch bindende overeenkomst gesloten in een e-mail, gedateerd 18 juni 2023. Volgens gedaagde is de e-mail slechts een tussenstap op weg naar de fase waarin de advocaten een conceptovereenkomst opstellen, waarna de hoofdverantwoordelijken "ja" of "nee" zeggen. De voorzieningenrechter is om twee redenen voorshands met gedaagde van oordeel dat geen overeenkomst tot stand is gekomen. De voorzieningenrechter overweegt in de eerste plaats dat de onderhandelaar van gedaagde geen volmacht had en dat eisers niet op grond van een verklaring of gedraging van gedaagde heeft aangenomen en onder de omstandigheden redelijkerwijs niet mocht aannemen dat een toereikende volmacht was verleend. In de tweede plaats overweegt de voorzieningenrechter dat de e-mail van 18 juni slechts een tussenstap in de onderhandelingen was, zoals gedaagde aanvoert. Dit is naar het oordeel van de voorzieningenrechter voorshands de betekenis die partijen redelijkerwijs aan de tekst in de e-mail mochten toekennen, gelet op de omstandigheden van het geval in deze zaak en op basis van wat zij redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Aannemelijk is dat de bodemrechter gedaagde op deze punten in het gelijk stelt. De vorderingen in kort geding worden daarom afgewezen, met inbegrip van de vordering om door te handelen, omdat een voorziening op dit moment niet nodig is.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
