ECLI:NL:RBAMS:2023:2650
Rechtbank Amsterdam · 19-04-2023 · zaaknummer NCC 22/016
Inhoudsindicatie
Claimant as lender and defendant as borrower entered into a loan agreement. The term of the loan agreement was five years. The loan was used by defendant to acquire real estate. The parties also agreed on (i) fixed interest of 5% per year, (ii) variable interest of 30% of the net capital gain "prorent to the lent amount" and (iii) penalty interest in case of a delayed or failed payment. Defendant also received a bank loan. The loan granted by claimant to defendant was subordinated to the loan granted by the bank. Defendant repaid the loan amount. Furthermore, defendant paid fixed interest and variable interest. It is in dispute between the parties whether claimant has an entitlement to more fixed interest and also to additional amounts of variable interest. In this regard, it is inter alia in debate between the parties whether (a) defendant was authorised to pay the fixed interest annually to claimant, because of the subordination of the loan agreement, whether (b) the portfolio of defendant's subsidiary should be taken into account in calculating the variable interest and whether (c) the clause "prorent to the lent amount" refers to the bank as a lender as well. Claimant's claim for more fixed interest is dismissed. With regard to the variable interest, the Court finds that claimant's calculation cannot be followed. Claimant is only entitled to a small percentage of its claim. The counterclaims of defendant, regarding inter alia damages, are dismissed. Eiseres heeft een geldlening aan gedaagde verstrekt, voor een periode van vijf jaar. Gedaagde heeft de lening gebruikt voor de aankoop van onroerend goed. Partijen zijn daarnaast een (i) vaste rente van 5% per jaar overeengekomen, (ii) een variabele rente van 30% van de netto opbrengst "pro rata van het verstrekte leningsbedrag" en (iii) een boeterente in geval van te late betaling of het uitblijven van betaling. Gedaagde heeft daarnaast een lening van de bank ontvangen. De lening die eiseres aan gedaagde heeft verstrekt is achtergesteld ten opzichte van de lening van de bank. Gedaagde heeft het geleende bedrag terugbetaald aan eiseres. Daarnaast heeft gedaagde vaste rente en variabele rente betaald. Tussen partijen is in geschil of eiseres recht heeft op meer vaste en variabele rente. In dit verband twisten partijen onder meer over het antwoord op de vraag of (a) gedaagde in staat was om de vaste rente jaarlijks aan eiseres te voldoen, gelet op de achterstelling van de geldlening, of (b) het portfolio van de dochtermaatschappij van gedaagde bij de berekening van de variabele rente moet worden meegenomen en of (c) de clausule "pro rata van het verstrekte leningsbedrag" ook betrekking heeft op de bank als leningverstrekker. De vordering van eiseres ter zake van vaste rente wordt afgewezen. Ten aanzien van de gevorderde variabele rente, is de rechtbank van oordeel dat de berekening van eiseres niet kan worden gevolgd. Eiseres heeft slechts recht op een klein deel van haar vordering. De door gedaagde ingestelde tegenvorderingen, waaronder een vordering tot betaling van schadevergoeding, worden afgewezen.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
