ECLI:NL:RBAMS:2022:8062
Rechtbank Amsterdam · 22-12-2022 · zaaknummer 22_1464
Inhoudsindicatie
Eiser heeft een ligplaatsvergunning aangevraagd voor een bedrijfsvaartuig. Verweerder heeft de aanvraag geweigerd, omdat in de Uitvoeringsnota van het bedrijfsvaartuigenbeleid in de binnenstad een vergunningenstop is opgenomen. De rechtbank vindt het in eisers geval onevenredig om de vergunningenstop aan hem tegen te werpen. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat de boot van eiser al sinds 2015 een feitelijke ligplaats heeft met een ontheffing, dat het niet beschikken over een ligplaatsvergunning invloed heeft op eisers concurrentiepositie en dat de vergunningenstop sinds 1996 geldt. Verweerder kan daarom de vergunningenstop niet aan eiser tegenwerpen totdat het nieuwe verdeelsysteem (het nieuwe beleid) in werking is getreden. De rechtbank voorziet niet zelf in de zaak, omdat verweerder de ligplaatsvergunning ook afwijst wegens strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam
verweerder · overheid
Overheidspartijen
het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
