ECLI:NL:RBAMS:2022:6711
Rechtbank Amsterdam · 30-11-2022 · zaaknummer C/13/716999 / HA ZA 22-353
Inhoudsindicatie
In deze zaak stelt de moeder dat het te lang geduurd heeft voordat haar zoon passende jeugdhulp kreeg. Zij meent dat dit in strijd is met de Jeugdwet en met twee mensenrechtenverdragen (EVRM en IVRK). Zij vordert schadevergoeding van de Gemeente. De rechtbank wijst de vorderingen af omdat de Gemeente niet is tekortgeschoten in de op haar op grond van de Jeugdwet rustende taak. Dat het kind in een periode van ongeveer anderhalf jaar maar weinig uren opvang heeft gehad is niet veroorzaakt doordat de Gemeente verwijtbaar heeft stilgezeten, maar door omstandigheden buiten de invloedssfeer van de Gemeente. Ook had de Gemeente voor voldoende aanbod gezorgd.
Advocaten
- C.A.H. van de Sanden
- L.W. Feenstra
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
