ECLI:NL:RBAMS:2022:630
Rechtbank Amsterdam · 09-02-2022 · zaaknummer 13/217094-19 (zaak A), 13/215329-21 (zaak B) en 13/122021-21 (zaak C) (Promis)
Inhoudsindicatie
Verdachte werd in drie gevoegde zaken verdacht van het in brand steken/laten ontploffen van een auto (zaak A), het medeplegen van een inbraak in een auto en het aanwezig hebben van cocaïne en MDMA (zaak B), en het plegen van een diefstal uit een auto (zaak C). In zaak A heeft het Openbaar Ministerie de beslissing tot sepot genomen. Het gerechtshof heeft in een artikel 12 Sv procedure, na een klacht van de aangever/eigenaar van de auto, beslist dat de zaak moest worden voorgelegd aan de strafrechter. De rechtbank heeft geoordeeld dat er onvoldoende bewijs was om tot een veroordeling te komen. Ook in zaak B is verdachte voor beide feiten wegens gebrek aan bewijs vrijgesproken. Het gegeven dat er bij die inbraak een brommer is gebruikt die op naam stond van verdachte was daarvoor onvoldoende. Daarnaast had verdachte bij de politie bekend dat de drugs die in de woning waren aangetroffen van hem waren, maar heeft hij deze verklaring op zitting ingetrokken. De rechtbank zag geen feiten en omstandigheden waaruit zou blijken dat de bekennende verklaring van verdachte bij de politie als waarheidsgetrouw zou moeten worden aangemerkt. In zaak C heeft verdachte bekend de diefstal te hebben gepleegd. Hij is veroordeeld tot een taakstraf van 50 uur.
Advocaten
Officier van justitie
- I. Barendregt
officier van justitie
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
