ECLI:NL:RBAMS:2022:4985
Rechtbank Amsterdam · 24-08-2022 · zaaknummer C/13/706191 / HA ZA 21-752
Inhoudsindicatie
De zaak betreft een onder-onder-aannemingsovereenkomst met betrekking tot de bouw van Pier A van Schiphol. Nadat de hoofdaannemingsovereenkomst is beëindigd is ook de onderaannemings- en vervolgens de onder-onder-aannemingsovereenkomst beëindigd. In geschil was welke contractuele beëindigingsgrond aan die laatste beëindiging ten grondslag lag. De rechtbank stelt vast dat de contractuele “for convenience” grond in dit geval geldt. De volgende vraag is welke gevolgen dit heeft voor de financiële afwikkeling. De rechtbank oordeelt dat de bankgaranties moeten worden teruggegeven en de retentiebedragen moeten worden uitbetaald. Voor het overige moet de contractuele vaststelling in samenhang met de (onder)aannemingsovereenkomsten worden gevolgd.
Advocaten
- I. de Groot
- J.G.M. Roijers
Partijen
[gedaagde]
gedaagde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
