ECLI:NL:RBAMS:2022:357
Rechtbank Amsterdam · 03-02-2022 · zaaknummer 13/277798-21
Inhoudsindicatie
Overweging ten aanzien van het redelijk vermoeden van schuld. Verdachte wordt zeer kort na de melding van een (poging tot) auto-inbraak, in de directe omgeving door de verbalisanten waargenomen, terwijl hij voldoet aan het signalement. Daarbij komt dat door de verbalisanten wordt gezien dat verdachte en zijn medeverdachte iets aan elkaar overhandigen, verdachte en zijn medeverdachte een schrikreactie vertonen na het zien van de verbalisanten en dat hij en zijn medeverdachte zich opsplitsen en weglopen. De rechtbank is van oordeel dat op dat moment sprake is van een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit. De staande houding van verdachte is daarom rechtmatig.Er kan immers een redelijk vermoeden van schuld van een ander strafbaar feit dan de (poging tot) auto-inbraak bij de verbalisanten zijn ontstaan. Dat uit het dossier verder niets over de melding van de (poging tot) auto-inbraak blijkt, doet daaraan niets af.
Advocaten
Officier van justitie
- M.M. van den Berg
officier van justitie
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
