ECLI:NL:RBAMS:2022:3563
Rechtbank Amsterdam · 23-06-2022 · zaaknummer NCC 22-011
Inhoudsindicatie
Credit Suisse (Singapore Branch), seeks an order under article 3:251(1) Dutch Civil Code (DCC) permitting the sale of pledged shares in Eagle Super Global Holding BV (the Company) in a private transaction. The Company is the holding company of a group of subsidiairies of the Lycra Group. The Court rejects all defences raised by the board of directors of the parent company of the pledge holder: Ruyi Textile and Fashion International Group Ltd, based in Hong Kong. The Court rules that: - the current board of directors of the pledge holder (Eagle Ultimate Global Holding BV) was appointed in observance of the rules of Dutch company law, and could therefore validly enter into the NCC agreement, - a sale of pledged shares under article 3:251 DCC does not constitute a violation of article 1 First Protocol to the European Convention on Human Rights, - there are insufficient reasons to stay these proceedings and await the outcome of proceedings pending in Hong Kong, because the Court assumes that the Estoppel defence raised in those proceedings will fail, - the proposed sale will deliver maximum value for the Shares. Therefore, the Court grants the requested permission. Verzoekster, de vestiging Singapore van Credit Suisse, verzoekt de voorzieningenrechter van de NCC om toestemming te geven voor onderhandse verkoop van verpande aandelen in Eagle Super Global Holding BV (de vennootschap). De vennootschap is de moedermaatschappij van de zogenaamde Lycra Group. De voorzieningenrechter wijst alle verweren van de raad van bestuur van de moedermaatschappij van de pandgever en tevens schuldenaar van de lening (Ruyi Textile and Fashion International Group Ltd, gevestigd in Hong Kong) af. De rechter oordeelt: - dat het huidige bestuur van de pandgever benoemd is in overeenstemming met het Nederlandse vennootschapsrecht, en daarom gerechtigd was om de NCC-overeenkomst te sluiten, - dat onderhandse verkoop van de verpande aandelen niet in strijd is met artikel 1 Eerste Protocol van het EVRM, - dat er onvoldoende redenen zijn om de procedure aan te houden in afwachting van een procedure die in Hong Kong aanhangig is, omdat de rechter er vanuit gaat dat het ‘Estoppel defence’ in die procedure zal worden afgewezen, - dat de voorgestelde onderhandse verkoop zal leiden tot de hoogste opbrengst voor de aandelen. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom toe.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
