ECLI:NL:RBAMS:2022:2252
Rechtbank Amsterdam · 22-04-2022 · zaaknummer 13.751863-22
Inhoudsindicatie
Afwijzing verzoek om schorsing van de overleveringsdetentie nadat de rechtbank de overlevering aan Duitsland heeft toegestaan. Er is sprake van vluchtgevaar want de opgeëiste persoon wordt in Duitsland verdacht van betrokkenheid bij een ernstig strafbaar feit, te weten de invoer van meerdere kilo’s verdovende middelen (MDMA), zodat hem mogelijk een aanzienlijke gevangenisstraf boven het hoofd hangt, en zijn overlevering is toegestaan. Er is op dit moment nog geen sprake van een buitensporig lange duur van de overleveringsdetentie, zodat de schorsing daarvan nog niet aan de orde is. Weliswaar is er op dit moment een beletsel voor de feitelijke overlevering in verband met een lopende cassatieprocedure in Nederland, maar de officier van justitie heeft ter zitting toegelicht dat er wordt gewerkt aan een voorlopige terbeschikkingstelling (VTBS). De verwachting is dat de VTBS binnen afzienbare termijn geëffectueerd kan worden. Dit leidt tot de conclusie dat de vrijheidsbeneming van deze opgeëiste persoon nadat de overlevering is toegestaan, in de onderhavige zaak noodzakelijk is als bedoeld in artikel 52 lid 1 Handvest teneinde op termijn zijn voorlopige terbeschikkingstelling of feitelijke overlevering te realiseren en het voortduren van de overleveringsdetentie zich daarom op dit moment nog verdraagt met artikel 6 van het Handvest.
Rechters
Advocaten
- J.T. Brassé
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
