ECLI:NL:RBAMS:2021:438
Rechtbank Amsterdam · 26-01-2021 · zaaknummer 20/232
Inhoudsindicatie
De onrechtmatigheid van het besluit is aan eiser te wijten, het beroep is ongegrond. De rechtbank is van oordeel dat verweerder, met hetgeen eiser heeft overgelegd bij zijn aanvraag en zijn antwoord op de daarop gestelde vragen van verweerder, niet kon opmaken dat het in aanvraagfase ging om een kuit- en scheenbeen fractuur en daarmee een uitzondering op de Werkinstructie.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
