ECLI:NL:RBAMS:2021:388
Rechtbank Amsterdam · 28-01-2021 · zaaknummer C/13/670615 / KG ZA 19-842
Inhoudsindicatie
Vervolguitspraak na prejudiciële beslissing van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 10 september 2020 (C 738/19) – op het verzoek van de voorzieningenrechter van 19 september 2019 (ECLI:NL:RBAMS:2019:7062) – over de uitleg van richtlijn 93/13/EEG van de Raad van 5 april 1993 betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten, en meer in het bijzonder het daarin besloten beginsel van cumulatieve werking, in verband met een gevorderde contractuele boete en schadevordering in een huurzaak.
Rechters
Advocaten
Partijen
[gedaagde]
gedaagde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
