Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBAMS:2021:3511

Rechtbank Amsterdam · 06-07-2021 · zaaknummer 13/751266-20

Strafrecht; Europees strafrechtGepubliceerd 07-07-2021
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Duits EAB ten behoeve van de vervolging van een opgeëiste persoon in Duitsland. Voortzetting na de tussenuitspraak van 7 december 2020 (ECLI:NL:RBAMS:2020:6229) waarin een prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie van de Europese Unie is gesteld, die op 29 april 2021 is beantwoord (ECLI:EU:C:2021:339). De rechtbank komt tot het oordeel dat zij in deze zaak op zodanige wijze gebruik maakt van haar beoordelingsmarge dat zij de facultatieve weigeringsgrond van artikel 9, eerste lid, onder d en e, van de Overleveringswet - voor zover deze van toepassing is - niet toepast. Uiteindelijk zal niet deze rechtbank, maar de Duitse rechter moeten beslissen of en in hoeverre “ne bis in idem” en de gegeven strafvermindering in de weg staan aan een (verdere) veroordeling dan wel bestraffing van de opgeëiste persoon. De overlevering van de opgeëiste persoon voor alle feiten waarvan hij in Duitsland wordt verdacht, is in het kader van artikel 9 OLW toelaatbaar.

Officier van justitie

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.