ECLI:NL:RBAMS:2021:2996
Rechtbank Amsterdam · 11-06-2021 · zaaknummer AMS 20/1551
Inhoudsindicatie
Gemeente mocht exploitatievergunningen passagiersvaart niet intrekken B&W zijn in beginsel bevoegd om de exploitatievergunningen van passagiersvaartuigen in te trekken, indien deze gedurende een periode van 12 maanden niet gebruikt worden. Dat deze bevoegdheid bestaat, maakt nog niet dat ook in deze gevallen in redelijkheid tot de intrekking over kon worden gegaan. Door alle eerdere procedures en daaropvolgende beleidsveranderingen was er pas in mei 2019 duidelijkheid voor exploitanten van passagiersvaartuigen over het te voeren beleid. Het kan de exploitanten dan ook niet worden tegengeworpen dat zij de vergunning niet eerder in gebruik hebben genomen of vóór het voornemen tot intrekking van 2 juli 2019 geen reële onomkeerbare voorbereidingshandelingen hebben getroffen. De termijn tussen het vaststellen van de Nota Varen – deel 1 en het voornemen tot intrekking was zeer kort. De exploitanten hadden binnen twee maanden na het vaststellen van het beleid onomkeerbare voorbereidingshandelingen moeten treffen. De intrekking was dan ook niet redelijk.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiseres]
eiseres · onbekend
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam
verweerder · overheid
Overheidspartijen
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
