ECLI:NL:RBAMS:2021:2994
Rechtbank Amsterdam · 11-06-2021 · zaaknummer NCC 20/026 (C/13/697136)
Inhoudsindicatie
A US-based company brought claims before the NCC in Summary Proceedings against a Swiss resident (X) and his Dutch Holding company (the Holding). It alleged that X needs to pay the remainder of the EUR 169,000,000 purchase price for shares in an equestrian show jumping business. The Holding was held liable for the remainder of the purchase price under a guarantee agreement. The Court rules that it has jurisdiction over the case under Article 23 or 24 of the the 2007 Convention on jurisdiction and the recognition and enforcement of judgments in civil and commercial matters. The requirements for dealing with the claims in summary proceedings are met. The defendants deferred to the judgment of the Court. This means that they do not dispute the facts and assertions made by the claimant. Therefore, as a rule, the claims are to be awarded, unless the Court finds that there are insufficient grounds to do so, on the basis of an ex officio assessment of the claims or where the claims are held to be manifestly ill-founded. The Court allows the claims for money, and orders X to disclose his assets and to provide security, as agreed upon by the parties. The requested authorization for claimant to create the security is denied. The creation of security would require the performance of legal acts. Therefore, Article 3:300 Dutch Civil Code applies. Under this Article, only a representative and not a party can be appointed by the court for the purpose of performing legal acts. The Court also denies the claim for the Holding to disclose its assets. There is no general statutory obligation for debtors to disclose their income and assets. Only a limited group of persons has the right to ask the debtor to account for his financial whereabouts. Claimant does not belong to this group. -------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Een in de VS gevestigde onderneming is een procedure gestart bij de voorzieningenrechter van de NCC tegen een Zwitser (X) en diens Nederlandse Holding (de Holding). Zij beweert dat X het restant van de koopprijs moet betalen (van EUR 169,000,000) die is overeengekomen voor de koop van aandelen in een onderneming die zich bezig houdt met paardensport. De Holding zou aansprakelijk zijn voor het restant van de koopsom op basis van een garantie-overeenkomst. De voorzieningenrechter oordeelt dat hij bevoegd is om van de zaak kennis te nemen op basis van artikelen 23 of 24 Verdrag van Lugano 2007. Aan de vereisten voor beslechting van het geschil in kort geding is voldaan. Gedaagden hebben zich gerefereerd aan het oordeel van de voorzieningenrechter. Dit betekent dat zij de feiten en stellingen van eiseres niet betwisten. Daarom moeten de vorderingen in zijn algemeenheid worden toegewezen, tenzij de rechter - op basis van een ambtshalve toetsing van de vorderingen of de beoordeling van de kennelijke ongegrondheid van de vorderingen - beslist dat er daarvoor onvoldoende grondslag aanwezig is. De rechter wijst de gevorderde geldsommen toe. X wordt bevolen om - zoals met eiseres is overeengekomen - zijn inkomens- en vermogenspositie bekend te maken en om zekerheid te stellen voor de vorderingen. De rechter wijst de gevraagde machtiging ex artikel 3:299 BW af, omdat het stellen van zekerheid vereist dat er rechtshandelingen worden verricht. Daarop is artikel 3:300 BW van toepassing. Op basis van die bepaling kan de rechter alleen een vertegenwoordiger aanwijzen, niet een partij, om de benodigde rechtshandelingen te verrichten. De rechter wijst ook de vordering af om de Holding te verplichten haar vermogensbestanddelen bekend te maken. Er is geen algemene wettelijke verplichting voor een schuldenaar om inlichtingen omtrent zijn inkomens- en vermogenspositie te verschaffen. Alleen een beperkte kring van personen heeft het recht om dat te vragen. Eiseres behoort niet tot die beperkte kring.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
