ECLI:NL:RBAMS:2021:2665
Rechtbank Amsterdam · 25-05-2021 · zaaknummer 13/752109-20 (EAB I), RK 21/138
Inhoudsindicatie
Overlevering. Vervolging. Poolse rechtstaat. De hoedanigheid van ‘rechterlijke autoriteit’. Artikel 11 OLW juncto artikel 47 van het Handvest. In zeven Poolse EAB’s (ten behoeve van vervolging) is de overlevering (grotendeels) toegestaan (voor een deel van de feiten van EAB I is de overlevering is geweigerd). De rechtbank ziet in de gevoerde verweren geen omstandigheden die naast de vastgestelde systemische gebreken de conclusie kunnen dragen dat de hoedanigheid van “uitvaardigende rechterlijke autoriteit” in de zin van artikel 6 lid 1, van Kaderbesluit 2002/584/JBZ aan de betreffende Poolse rechterlijke instanties dient te worden ontzegd. De rechtbank concludeert voorts dat de aangevoerde omstandigheden, ieder voor zich en ook in samenhang bezien, geen zwaarwegende en op feiten berustende gronden opleveren op grond waarvan een reëel gevaar bestaat van schending van het door artikel 47, tweede alinea, van het Handvest gewaarborgde grondrecht op een eerlijk proces wegens structurele of fundamentele gebreken met betrekking tot de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht van de uitvaardigende lidstaat, als de opgeëiste persoon aan Polen wordt overgeleverd. De weigeringsgrond als bedoeld in artikel 11 OLW is niet van toepassing.
Advocaten
Officier van justitie
- K. van der Schaft
officier van justitie
- N.R. Bakkenes
officier van justitie
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
