ECLI:NL:RBAMS:2021:1975
Rechtbank Amsterdam · 22-04-2021 · zaaknummer 13/751380-19
Inhoudsindicatie
Betreft een Pools overleveringsverzoek ten behoeve van vervolging. OP heeft zich op het standpunt gesteld dat hij in Polen geen eerlijk proces krijgt en heeft stukken ter onderbouwing overgelegd. De rechtbank ziet aanleiding voor het stellen van vragen aan de uitvaardigende rechterlijke autoriteit. De reden daarvoor is dat de rechtbank over onvoldoende gegevens beschikt om het door de opgeëiste persoon gevoerde verweer te kunnen beoordelen. Aangezien de door de opgeëiste persoon verstrekte informatie relevant kan zijn voor de beantwoording van de vraag of er sprake is van zwaarwegende en op feiten berustende gronden om aan te nemen dat het gevaar bestaat van schending van het door artikel 47, tweede alinea, van het Handvest gewaarborgde grondrecht op een eerlijk proces, zal de rechtbank het onderzoek ter zitting heropenen onder gelijktijdige schorsing voor het stellen van een aantal vragen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit in het kader van de dialoog zoals beschreven in het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 25 juli 2018[1], paragraaf 76 tot en met 78.
Advocaten
- B. Th
Officier van justitie
- K. van der Schaft
officier van justitie
- R. Vorrink
officier van justitie
- U.E.A. Weitzel
officier van justitie
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
