ECLI:NL:RBAMS:2021:1809
Rechtbank Amsterdam · 24-03-2021 · zaaknummer 686350
Inhoudsindicatie
Eiseres stelt dat een overeenkomst tot stand is gekomen, omdat partijen wilsovereenstemming zouden hebben bereikt over de essentialia van een joint venture. Uit het voorafgaande onderhandelingsproces blijkt dat van beide zijden zeer uitdrukkelijk is bedongen dat pas een bindende overeenkomst tot stand kan komen als de definitief uitonderhandelde contractsdocumenten worden ondertekend. Dat is niet gebeurd, dus het betoog faalt. De partij die de onderhandelingen heeft afgebroken is ook niet schadeplichtig. Eiseres kon er, gegeven dit door beide partijen gemaakte voorbehoud, niet gerechtvaardigd op vertrouwen dat er een overeenkomst tot stand zou komen.
Advocaten
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
