ECLI:NL:RBAMS:2020:4056
Rechtbank Amsterdam · 09-07-2020 · zaaknummer C/13/684444 / JE RK 20-453
Inhoudsindicatie
Jeugdrecht. Uithuisplaatsing. Kan de kinderrechter een machtiging tot uithuisplaatsing gegeven op de voet van art. 1:265b lid 1 BW beperken tot een specifieke voorziening? De kinderrechter stelt vast dat de minderjarige vanwege financiële overwegingen niet langer bij zorgaanbieder [zorginstelling] kan blijven wonen, terwijl de minderjarige daar zichtbaar goed gedijt. De kinderrechter concludeert dat het zeer onwenselijk en naar verwachting zelfs schadelijk is voor de ontwikkeling van de minderjarige als hij binnenkort wordt overgeplaatst naar een andere zorginstelling. Financiële overwegingen mogen volgens de kinderrechter gelet op artikel 3 IVRK niet leidend zijn bij een besluit tot overplaatsing. Het belang van het kind dient de eerste overweging te vormen voor dergelijke beslissingen. In het onderhavige geval zijn er bijzondere feiten en omstandigheden die een plaatsing in een specifieke instelling rechtvaardigen en zodoende bepaalt de kinderrechter dat de machtiging tot uithuisplaatsing in ieder geval de komende periode bij [zorginstelling] ten uitvoer gelegd dient te worden.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
Partijen
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
