ECLI:NL:RBAMS:2019:5400
Rechtbank Amsterdam · 08-07-2019 · zaaknummer C/13/669091 HA/RK 19/234
Inhoudsindicatie
Verzoek afgewezen. In de kern ziet het wrakingsverzoek op een beweerdelijk verband tussen de benoeming door de rechter van een van de arbiters, van wie achteraf is gebleken dat hij een vertrouwensrelatie had met minister Grapperhaus en het vermoeden van verzoeker dat deze benoeming van invloed is geweest op de uitkomst van de arbitrageprocedure tussen de senior-vennoot en de voormalig werkgever van verzoeker, de arbeidsrechtelijke procedure tussen verzoeker en deze werkgever en de strafaangifte tegen die werkgever. Hetgeen door verzoeker is aangevoerd is niet voldoende om het vooropgestelde vermoeden dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn te ontzenuwen. Eerst ná de beslissing van de rechter tot benoeming van de arbiter, heeft de Minister besloten zijn zakelijke belangen onder te brengen bij een stichting, waarvan de arbiter een van de bestuurders is. Reeds hierom valt niet in te zien dat door de beslissing van de rechter in 2016 bij verzoeker in onderhavige kortgedingprocedure de objectief gerechtvaardigde vrees van partijdigheid kan zijn ontstaan. Het enkele argument dat niet objectief kan worden uitgesloten dat de rechter wetenschap had van de vertrouwensrelatie tussen de arbiter en de Minister, is te algemeen van aard om tot een ander oordeel te komen.
Rechters
Advocaten
- J. de Koning
- M. van Walraven
- M.J. Folkeringa
Partijen
[verzoeker]
verzoeker · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
