ECLI:NL:RBAMS:2019:3285
Rechtbank Amsterdam · 18-04-2019 · zaaknummer 13/689165-17
Inhoudsindicatie
Verdachte heeft richting aangeefster, zijn ex-echtgenote, teksten geuit die erop neerkomen dat hij hoopte dat haar erge dingen zouden overkomen. De teksten zijn naar het oordeel van de rechtbank moreel verwerpelijk, maar kunnen niet worden gekwalificeerd als een bedreiging als bedoeld in artikel 285 van het Wetboek van Strafrecht. Hierbij moet de rechtbank enige terughoudendheid betrachten nu sprake is van woorden gebezigd in het Arabisch, die op verschillende manieren vertaald kunnen worden. Bovendien is er in de verschillende uitingen mogelijk sprake van een beeldend taalgebruik, waarbij een letterlijke vertaling van de woorden niet weergeeft wat met de woorden feitelijk wordt bedoeld. Een en ander volgt uit de drie verschillende vertalingen die de rechtbank voorhanden heeft en de toelichting van de getuige ter terechtzitting van 4 april 2019, dat voor het kunnen geven van de juiste betekenis de context van groot belang is. Deze terughoudendheid is ook gepast omdat bij dergelijke vertalingen sprake kan zijn van een verlies van betekenis, bijvoorbeeld waar het gaat om een letterlijke vertaling van uitdrukkingen en gezegdes. De rechtbank spreekt verdachte van alle feiten vrij.
Advocaten
Officier van justitie
- J. Ang
officier van justitie
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
