ECLI:NL:RBAMS:2018:944
Rechtbank Amsterdam · 14-02-2018 · zaaknummer 13/993077-14
Inhoudsindicatie
Vrijspraak valsheid in geschrift. Uit het dossier blijkt weliswaar dat de betrokkenheid van verdachte bij het reilen en zeilen van (naam bedrijf 1) in de praktijk aanzienlijk is geweest - het Openbaar Ministerie kwalificeert die betrokkenheid als (mede)beleidsbepalend, maar de rechtbank is van oordeel dat de enkele betrokkenheid van verdachte in de periode 2008-2012 niet voldoende is om aan te nemen dat verdachte op het moment van de aanvraag van de vergunning in oktober 2006 kwade intenties had. Dat het voor iedereen duidelijk was dat verdachte in de toekomst, na goedkeurig door (naam bedrijf 2), aandelen wilde overnemen en een meer beleidsbepalende rol binnen (naam bedrijf 1) wilde vervullen, maakt nog niet dat verdachte ten tijde van de vergunningaanvraag in 2006 de rol van beleidsbepaler had of zou gaan hebben. De vraag of de taken die verdachte naderhand binnen (naam bedrijf 1) is gaan uitoefenen bij elkaar genomen als beleidsbepalend kunnen worden gekwalificeerd, is in deze zaak niet doorslaggevend.
Advocaten
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
