ECLI:NL:RBAMS:2018:9000
Rechtbank Amsterdam · 07-12-2018 · zaaknummer AWB - 18 _ 232
Inhoudsindicatie
Eiser heeft ten behoeve van zijn gestelde zoon een Nederlands paspoort aangevraagd. Verweerder heeft deze aanvraag buiten behandeling gesteld omdat niet is aangetoond dat zijn zoon het Nederlanderschap aan eiser ontleent. Omdat de zoon niet van rechtswege het Nederlanderschap heeft verkregen, dient te worden beoordeeld of eiser zijn zoon naar Ghanees gewoontrecht heeft erkend en of die erkenning kan worden gelijkgesteld met een erkenning naar Nederlands recht. Volgens de rechtbank is geen sprake van erkenning naar Ghanees gewoonterecht. Uit vaste jurisprudentie volgt dat voor het aanmerken van een man als de juridisch vader naar Ghanees recht moet zijn voldaan aan vier cumulatieve voorwaarden. Eiser heeft niet aangetoond dat is voldaan aan alle vier de voorwaarden. Daarom is geen sprake van een erkenning naar Ghanees gewoonterecht. De zoon van eiser heeft dan ook niet het Nederlanderschap verkregen. Verweerder heeft de aanvraag terecht buiten behandeling gesteld. Het beroep is ongegrond.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de minister van Buitenlandse Zaken
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de minister van Buitenlandse Zaken
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
