ECLI:NL:RBAMS:2018:7930
Rechtbank Amsterdam · 07-11-2018 · zaaknummer C/13/637178 / HA ZA 17-1076
Inhoudsindicatie
Toetsing rechtsmacht aan de hand van de EEX-Verordening (artikelen 25, 7, 5 en 26). Externe bestuurdersaansprakelijkheid van een bestuurder van een Engelse vennootschap. De rechtbank beantwoordt de vraag naar het toepasselijk recht op deze vorderingen aan de hand van de verwijzingsregels voor vorderingen uit onrechtmatige daad (‘Rome II’); er wordt dus niet aangeknoopt bij het corporatierecht (artikel 10:119 BW). De bestuurdersaansprakelijkheidsvorderingen worden beoordeeld op basis van Ontvanger/Roelofsen sub (ii), ook voor zover gedaagde niet formeel maar wel feitelijk bestuurder was (verwijzing naar Hoge Raad 11 maart 2016, ECLI:NL:HR:2016:394). De vorderingen worden afgewezen omdat het ernstig verwijt onvoldoende concreet is gesteld in de tijdlijn der gebeurtenissen: wat betreft de gestelde betalingsonwil is van belang dat er wel degelijk betalingen zijn gedaan; wat betreft de gestelde selectieve betaling is niet concreet gemaakt dat er selectief is betaald op een moment waarop dat vanwege een aanstaand faillissement onoorbaar was.
Rechters
Advocaten
- D.J.J. Folgering
- R.V. de Lauwere
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
