ECLI:NL:RBAMS:2018:6744
Rechtbank Amsterdam · 25-06-2018 · zaaknummer HA RK 18-143
Inhoudsindicatie
Verzoek afgewezen. De grond voor wraking is in de kern gelegen in het feit dat verzoekster van mening is dat de rechter door de wijze waarop hij de zaak ter zitting heeft behandeld en de aan verzoekster gestelde vragen blijk heeft geven te veel op de hand te zijn van gedaagde en te beschikken over kennis die niet kan komen uit de stukken die door verzoekster en gedaagde zijn overgelegd. De rechter voert bij een mondelinge behandeling van de zaak de regie. Hij bepaalt het verloop en de voortgang van de zitting en de wijze van behandeling. Het staat de rechter daarbij vrij om een partij kritische vragen te stellen. Uit hetgeen verzoekster naar voren heeft gebracht kan, mede gelet op de reactie van de rechter daarop, in het licht van het voorgaande niet worden afgeleid dat de rechter gebruik heeft gemaakt van de voornoemde bevoegdheid op een wijze die wijst op (de gegronde vrees voor) vooringenomenheid. Niet gebleken is dat de rechter bij het bevragen van verzoekster iets van partijdigheid heeft laten blijken, dan wel een wijze van bejegening heeft gehanteerd die daarop wijst. Dat de rechter in de procedure zou beschikken over voorkennis (informatie uit andere bronnen dan de door verzoekster en gedaagde aangeleverde stukken), is voorts niet gebleken.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verzoekster]
verzoekster · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
