ECLI:NL:RBAMS:2018:5181
Rechtbank Amsterdam · 20-07-2018 · zaaknummer AWB - 18 _ 2141
Inhoudsindicatie
Eiseres heeft een boete opgelegd gekregen vanwege overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen omdat een vreemdeling niet in het bezit was van een tewerkstellingsvergunning. Volgens eiseres verrichtte de vreemdeling arbeid als zelfstandige en had zij daarom geen tewerkstellingsvergunning nodig. De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat geen sprake is van activiteiten die zonder gezagsverhouding en onder eigen verantwoordelijkheid zijn uitgeoefend. Van arbeid als zelfstandige was in dit geval geen sprake. Verder kan de rechtbank niet beoordelen of eiseres door de boete onevenredig wordt getroffen omdat eiseres de vragenlijst ter bepaling van de draagkracht niet heeft overgelegd. De omstandigheid dat de opdrachtgevers van eiseres de aan hen opgelegde boetes in rekening brengen bij eiseres, is naar het oordeel van de rechtbank geen reden om de boete te matigen. Het beroep is ongegrond.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiseres]
eiseres · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
