ECLI:NL:RBAMS:2018:348
Rechtbank Amsterdam · 16-01-2018 · zaaknummer 13/751500-15
Inhoudsindicatie
Pools overleveringsverzoek. Einduitspraak na tussenuitspraak van 17 oktober 2017 (ECLI:NL:RBAMS:2017:8014). Reëel gevaar voor een onmenselijke of vernederende behandeling zoals bedoeld in artikel 4 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. Overschrijding redelijke termijn. OM niet-ontvankelijk. Ten aanzien van personen die deel uit hebben gemaakt van een getuigenbeschermingsprogramma in Duitsland en in dat kader meerdere belastende verklaringen hebben afgelegd over de leden van een gewelddadige criminele groepering waartoe zij behoorden, is in de tussenuitspraak van 17 oktober 2017 vastgesteld dat sprake is van een reëel gevaar voor een onmenselijke of vernederende behandeling. Dit heeft geleid tot het uitstellen van de beslissing op het overleveringsverzoek. De nadien door de uitvaardigende justitiële autoriteit verstrekte informatie sluit het vastgestelde reële gevaar van een onmenselijke of vernederende behandeling naar het oordeel van de rechtbank niet uit. Omdat er geen aanleiding is om te veronderstellen dat de benodigde concrete toezeggingen alsnog zullen worden verstrekt, komt de rechtbank tot het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden. De officier van justitie wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering.
Advocaten
- M. van Essen
Officier van justitie
- N.R. Bakkenes
officier van justitie
- U.E.A. Weitzel
officier van justitie
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
