ECLI:NL:RBAMS:2018:3012
Rechtbank Amsterdam · 26-04-2018 · zaaknummer 13/692008-11
Inhoudsindicatie
De officier van justitie heeft gevorderd het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk te verklaren wegens overschrijding van de redelijke termijn. De advocaat van verdachte heeft zich hiertegen niet verzet. Het is vaste jurisprudentie van de Hoge Raad dat een dergelijke afdoening bij overschrijding van de redelijke termijn niet kan. De rechtbank overweegt dat een inhoudelijke behandeling – mits het tot een bewezenverklaring komt – in casu enkel kan resulteren in een vonnis waarbij geen straf of maatregel wordt opgelegd. De rechtbank is van oordeel dat de kosten die met een dergelijke exercitie zijn gemoeid, mede gelet op het belang van het zo efficiënt mogelijk gebruikmaken van schaarse zittingscapaciteit, beter kunnen worden besteed. Dit leidt ertoe dat de officier van justitie niet-ontvankelijk wordt verklaard in de vervolging van verdachte.
Advocaten
Officier van justitie
- D. Jironet-Loewe
officier van justitie
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
