ECLI:NL:RBAMS:2018:2907
Rechtbank Amsterdam · 23-04-2018 · zaaknummer 6586503 EA VERZ 18-39
Inhoudsindicatie
“Tussenbeschikking naar aanleiding van een verzoek voor een voorlopig getuigenverhoor. Aanleiding voor het verzoek vormen verklaringen in oktober 2017 van twee voormalige werkgevers van verzoeker naar aanleiding van publicaties door een betrokkene, eveneens een ex-werknemer van deze werkgevers. In die publicaties beschuldigt de betrokkene verzoeker ervan zich in 2002, in een periode waarin beiden betrokken waren bij de opnamen van een televisieprogramma, schuldig te hebben gemaakt aan seksueel wangedrag. Verzoeker stelt zich op het standpunt dat de ex-werkgevers zich niet als goed werkgevers hebben gedragen door in hun verklaringen uit oktober 2017 zonder nader onderzoek partij te kiezen voor de betrokkene die hem heeft beschuldigd. Verzoeker wenst aan een aantal getuigen, waaronder de betrokkene die hem heeft beschuldigd en derden met wie beiden in 2002 hebben samengewerkt, vragen te stellen om te onderzoeken of er gronden zijn tot het instellen van een bodemprocedure tegen de ex-werkgevers. In de beslissing wordt aan de hand van de maatstaven voor het toe- of afwijzen van een dergelijk verzoek beslist dat de door de ex-werkgevers aangedragen argumenten op dit moment onvoldoende zijn om het verzoek af te wijzen. Dat geldt zowel voor het argument dat verzoeker en de betrokkene over en weer aangifte bij de politie hebben gedaan, als voor het argument dat verzoeker met name een geschil heeft met de betrokkene en een derde die hem hebben beschuldigd, als voor het argument dat sommige getuigen die verzoeker wil horen niet betrokken zijn geweest bij de verklaringen door de ex-werkgevers uit oktober 2017. Omdat de beschuldigingen tegen verzoeker expliciet zijn geplaatst in het kader van #Me-Too wordt tevens geoordeeld dat vragen aan getuigen die betrokken zijn geweest bij de opnamen van het televisieprogramma in 2002 wel relevant kunnen zijn. Ook wordt van belang geacht dat de door verzoeker geformuleerde vragen geen betrekking hebben op het incident uit 2002 waarvan de betrokkene verzoeker beschuldigt. De betrokkene die de beschuldigingen heeft geuit en een derde die verzoeker eveneens aansprakelijk heeft gesteld worden als belanghebbenden aangemerkt. De belanghebbenden worden in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over het verzoek voordat daarop wordt beslist. Tevens wordt overwogen dat het, ter vermijding van schade aan alle bij de kwestie betrokken personen door onnodige juridische procedures, van belang is dat alle relevante feiten en omstandigheden zo duidelijk mogelijk worden. Daarom worden alle in het verzoek genoemde getuigen verzocht om de in het verzoek genoemde vragen schriftelijk te beantwoorden, waarna verzoeker zich kan uitlaten of het verzoek wordt gehandhaafd, gewijzigd of ingetrokken. Indien het verzoek niet wordt ingetrokken zal een mondelinge behandeling worden gehouden waarin verzoeker, de ex-werkgevers en de belanghebbenden zich kunnen uitlaten vóórdat een definitieve beslissing zal worden genomen. “
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verzoeker]
verzoeker · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
