ECLI:NL:RBAMS:2018:1875
Rechtbank Amsterdam · 29-03-2018 · zaaknummer 13-751487-17 RK 17-3380
Inhoudsindicatie
Niettegenstaande de rapportage van het CPT van 8 maart 2018 is de rechtbank van oordeel dat zij geen bewijzen heeft dat voor gedetineerden die door Nederland aan België worden overgeleverd, bij de huidige stand van zaken en gelet op de gegeven algemene waarborgen, een reëel gevaar voor een onmenselijke of vernederende behandeling bestaat (HvJ EU 5 april 2016, C-404/15 en C-659/15 PPU, ECLI:EU:C:2016:198 (Aranyosi en Căldăraru), punten 88 en 89). De detentieomstandigheden in België vormen dan ook geen reden de overlevering van de opgeëiste persoon naar België niet toe te staan. De rechtbank verwijst bij deze overweging naar haar uitspraken van 15 februari 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:868 en van 20 maart 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:1596.
Advocaten
- C. Maat
Officier van justitie
- J.J.M. Asbroek
officier van justitie
- K. van der Schaft
officier van justitie
- N.R. Bakkenes
officier van justitie
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
