ECLI:NL:RBAMS:2017:7241
Rechtbank Amsterdam · 26-09-2017 · zaaknummer 13-751685-17 RK 17-4738
Inhoudsindicatie
Internationale rechtshulpkamer. De autoriteiten van Zweden vragen de overlevering van een in Nederland aangehouden verdachte. Het verweer luidt dat hij ten tijde van de feiten (mogelijk) nog minderjarig zou zijn geweest. Dat zou gevolgen kunnen hebben voor de maximale straf die op de feiten is gesteld. Deze straf zou lager zijn dan het in artikel 7, eerste lid, onder a, 1e OLW vereiste maximum van ten minste drie jaren. Het EAB heeft echter geen betrekking op lijstfeiten en de rechtbank is dan ook van oordeel dat de gestelde minderjarigheid niet is aangetoond en ook indien de minderjarigheid zou vast staan: de overlevering wordt gevraagd voor feiten die voldoen aan de in artikel 7, eerste lid, onder a, 2e OLW gestelde vereisten.
Advocaten
Officier van justitie
- U.E.A. Weitzel
officier van justitie
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
