ECLI:NL:RBAMS:2017:7038
Rechtbank Amsterdam · 28-09-2017 · zaaknummer 13.751.068-13
Inhoudsindicatie
Overlevering. Vervolg op ECLI:EU:C:2017:503. Naar aanleiding van de conclusie van A-G Bot stelt de rechtbank in deze zaak opnieuw prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie: 1) moet de nationale rechter op grond van het voorrangsbeginsel nationaal recht dat in strijd is met een kaderbesluit en dat niet kaderbesluitconform kan worden uitgelegd buiten toepassing laten en 2) is een verklaring als bedoeld in artikel 28, tweede lid, Kaderbesluit 2008/909/JBZ die niet op het tijdstip van aanneming van dat kaderbesluit, maar op een later tijdstip is afgelegd rechtsgeldig?
Advocaten
- P.J. Verbeek
Officier van justitie
- K. van der Schaft
officier van justitie
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
