ECLI:NL:RBAMS:2017:6546
Rechtbank Amsterdam · 11-09-2017 · zaaknummer AWB - 17 _ 2064
Inhoudsindicatie
Partijen verschillen van mening over de vraag of wel of geen fictieve inkomsten moeten worden berekend als iemand een noodzakelijke opleiding of scholing volgt. Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit de bewoordingen van artikel 1b, vijfde lid, onder B, van de WW dat geen fictieve inkomsten worden berekend als iemand een noodzakelijke opleiding of scholing volgt. In artikel 1b van de WW wordt ook verwezen naar artikel 76, eerste lid, van de WW. Uit die laatste bepaling volgt dat het recht op uitkering van de werknemer blijft bestaan tijdens het volgen van een noodzakelijke opleiding. Ook gelet hierop ligt de uitleg van het Uwv van artikel 1b van de WW niet voor de hand, want die uitleg zou betekenen dat eiseres vanwege het volgen van een noodzakelijke opleiding geen recht meer heeft op een uitkering, terwijl artikel 76 van de WW juist bepaalt dat dat recht blijft bestaan. Uit de parlementaire geschiedenis bij artikel 76 van de WW volgt bovendien dat deze scholingsbepaling bedoeld is bedoeld is als maatregel ter voorkoming van inkomensderving.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
